|
Bron: Amigoe, 5 Oktober 2009
WILLEMSTAD — Het ontmantelingsproces van de Nederlandse Antillen kan als voorbeeld dienen voor meerdere landen in de wereld. Ook kan er geconcludeerd worden dat in de Antillen beter over verschillende aspecten van een ontmantelingsproces, zoals verdeling van de boedel en waarborgen van het adequaat uitvoeren van taken, is nagedacht vergeleken met vergelijkbare processen die in Oost-Europa hebben plaatsgevonden.
Dat zegt Paul Williams, ervaringsdeskundige op het gebied van vredesonderhandelingen en consultant voor wat betreft ontmantelingsprocessen. Hij was zaterdagavond de key-notespeaker tijdens een internationaal seminar met het thema ‘The constitutional reform of the Netherlands Antilles: meeting the challenges’ georganiseerd door de overheidsaccountant Soab in het Renaissance Curaçao Resort & Casino ter gelegenheid van het vijftienjarig bestaan.
In bepaald opzicht zijn de Antillen al een voorbeeld geweest voor andere landen, zegt Williams. Terwijl de Europese Unie strenge regels wilde hanteren voor het houden van referenda werd door Oost-Europese landen naar de Antillen gewezen waar alleen een meerderheid van de volksraadpleging voldeed.“Een groot verschil is dat het proces in de Antillen vreedzaam verloopt terwijl in de meeste gebieden een oorlogsstemming heerst”, aldus Williams.De accountantsfunctie in de Antillen bestaat al sinds 1949 en de Soab was een samensmelting van de Landsaccountantsdienst en het eilandelijk Accountantsbureau van Curaçao die op 3 oktober 1994 werd verwezenlijkt. Sindsdien vervult de Soab de functie van interne auditor van de regering van de Nederlandse Antillen en de Bestuurscolleges van de eilandgebieden Curaçao, St. Maarten, St. Eustatius, Saba en Bonaire.
Soab-directeur Geomaly Martes zei in zijn inleiding dat de stichting inmiddels veel meer doet dan alleen accountantswerkzaamheden. Binnen het constitutionele veranderingsproces is de stichting belast met de boedelverdeling van het Land Nederlandse Antillen en helpt Soab met het opzetten van het toekomstige Land Curaçao en met de ontmanteling van de Nederlandse Antillen.In de paneldiscussie die volgde op de toespraken van Williams, Martes en premier Emily de Jongh-Elhage kwamen toch wat meer de ‘lokale’ knelpunten aan bod. Gedeputeerden Zita Jesus-Leito (Constitutionele Zaken, PAR) en William Marlin (Constitutionele Zaken, National Alliance) samen met de voorzitter van de raad van toezicht van de Soab, Freddy Curiel en Williams vormden het panel.
De rechtspositie van ambtenaren en financiële aspecten verbonden aan het opzetten van de nieuwe Landen Curaçao en St. Maarten werden becommentarieerd. Curiel waarschuwde dat de schuldsanering van Nederland de eilanden niet ineens rijk maken. Volgens hem zal St. Maarten niet in staat zijn te betalen voor alle taken dat het moet uitvoeren als land.
Marlin bestreed dit door te zeggen dat het eiland wel genoeg middelen hiervoor genereert maar dat het probleem zal zijn het opzetten van de vele ministeries en departementen omdat de centrale overheid fysiek alleen op Curaçao aanwezig is.Terwijl St. Maarten niet kan beschikken over de middelen op de begroting van de centrale overheid omdat de taken nog niet zijn gedecentraliseerd, verwacht Nederland wel dat St. Maarten op 10 oktober 2010 als een volwaardig land kan functioneren. “Nederland helpt ons ook niet met dit proces”, aldus Marlin.
Volgens Jesus-Leito zitten Curaçao en St. Maarten voor hetzelfde probleem en is het niet zo dat Curaçao van de ene op de andere dag land kan worden. Zij bood St. Maarten hulp aan, tegen betaling, voor alle taken die het eiland nog niet autonoom zou kunnen uitvoeren.De Jongh-Elhage benadrukte in haar openingstoespraak het belang van een goed functionerend overheidsapparaat dat een goede dienstverlening naar de bevolking toe moet waarborgen. Ze verwelkomde het opzetten van een opleidingsinstituut voor ambtenaren.
|