|
Nederlandse verdragen niet automatisch voor BES |
|
Bron: Amigoe, 20 November 2009
KRALENDIJK — Internationale verdragen die Nederland heeft ondertekend, gaan na de overgang van Bonaire, Saba en St. Eustatius tot openbaar lichaam van Nederland niet automatisch gelden voor de BES-eilanden.
Dat stelt althans de Nederlandse regering in het wetsvoorstel met de uitgebreide naam ‘Goedkeuring van verdragen met het oog op het voornemen deze toe te passen op Bonaire, St. Eustatius en Saba, en van het voornemen tot opzegging van verdragen voor Bonaire, St. Eustatius en Saba’.
De vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken (Naaz), die voorbereidend onderzoek heeft gedaan naar het wetsvoorstel, schrijft in een verslag dat de PvdA-leden van de commissie zich afvragen of het wenselijk en noodzakelijk is ‘om na de toetreding van de BES-eilanden binnen het land Nederland twee verschillende verdragsregimes te hanteren’. Zij willen eventuele juridische en bestuurlijke complicaties daarvan weten en stellen ook de logische vraag of de BES-eilanden bijvoorbeeld toegang krijgen tot het EU-Hof in Luxemburg en tot het EVRM-Hof (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens) in Straatsburg.
Het Verdrag van Wenen (1969) zou volgens de Nederlandse regering de ruimte bieden om territoriale beperkingen te hanteren voor sommige verdragen, getuige de huidige situatie dat bepaalde verdragen wel gelden voor Nederland maar niet voor de Nederlandse Antillen en Aruba en omgekeerd. De PvdA-leden van Naaz stellen echter dat er straks sprake zal zijn van een compleet nieuwe situatie die nooit heeft gegolden voor de Nederlandse Antillen of Aruba: de BES-eilanden als onderdeel van het land Nederland.
De CDA-leden van de commissie hebben inhoudelijk geen commentaar op het wetsvoorstel maar menen wel dat de verdragen die voor Nederland gelden op termijn ook voor de BES-eilanden zullen moeten gaan gelden. Als voorbeeld noemen zij onder meer het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden (Raad van Europa, 25 juni 1992) en het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden (Raad van Europa 1 februari 1995).
|